Hugo Claus werd geboren als oudste zoon van de drukker Jozef (Joseph) Claus en Germaine Vanderlinden. In februari 1931 kwam zijn broer Guido ter wereld (overleden op 9 november 1991), later gevolgd door Odo (januari 1934) en Johan (november 1938). Drie maanden later – vader Claus was ondertussen ook handelaar in schoolbenodigdheden geworden en actief in het amateurtoneel – verhuisde het gezin naar Astene (Deinze), het dorp waar moeder Germaine opgroeide. Jozef begon er de drukkerij 'De Lindekens'.
Zoon Hugo bracht de grootste tijd van zijn jeugd op de kostschool door, onder meer te Eke en bij de nonnen in Aalbeke en volgde de lagere cyclus van de Grieks-Latijnse humaniora aan het Sint-Amandscollege in Kortrijk en later te Astene. In 1946 verliet hij definitief het ouderlijk huis en ging in Sint-Martens-Leerne wonen. Hij volgde er naar verluidt beeldhouwlessen aan de Gentse 'Academie voor Schone Kunsten' en schreef gedichten, schilderde en had ambities om acteur te worden.
Hij voorzag in zijn levensonderhoud als boekillustrator en als schilder van landschapjes en gevels. Op achttienjarige leeftijd publiceerde hij zijn eerste dichtbundel en een jaar later zijn eerste roman. In 1947, het jaar waarin hij met de bundel experimentele poëzie Kleine reeks debuteerde, werkte hij van oktober tot december als seizoenarbeider in een suikerfabriek te Chevrières in Noord-Frankrijk. In 1948 brengt Claus drie dagen door in Parijs; in de Bar Vert in Saint-Germain-des-Prés ziet hij schielijk de reeds afgetakelde auteur, acteur en theatertheoreticus Antonin Artaud zitten, die hij als zijn geestelijke vader zal gaan beschouwen. De confrontatie met deze auteur van het 'théâtre de la cruauté' zal hem drijven tot de studie van Seneca en de Elisabethanen.
Vanaf 1 april 1949 vervulde hij zijn dienstplicht, gedeeltelijk als redacteur van het tijdschrift 'Soldatenpost' (zijn sergeant was Herman Liebaers). Intussen had hij samen met enkele gelijkgezinden (Jan Walravens, Louis Paul Boon, Tone Brulin, Ben Cami, Marcel Wauters, e.a.) het avant-gardetijdschrift 'Tijd en Mens' opgericht en in 1949 hield hij zijn eerste expositie als schilder in de boekhandel van de Franstalige dichter Henri Vandeputte in Oostende.
Bron: wikipedia.be
Hugo Claus werd geboren als oudste zoon van de drukker Jozef (Joseph) Claus en Germaine Vanderlinden. In februari 1931 kwam zijn broer Guido ter wereld (overleden op 9 november 1991), later gevolgd door Odo (januari 1934) en Johan (november 1938). Drie maanden later – vader Claus was ondertussen ook handelaar in schoolbenodigdheden geworden en actief in het amateurtoneel – verhuisde het gezin naar Astene (Deinze), het dorp waar moeder Germaine opgroeide. Jozef begon er de drukkerij 'De Lindekens'.
Zoon Hugo bracht de grootste tijd van zijn jeugd op de kostschool door, onder meer te Eke en bij de nonnen in Aalbeke en volgde de lagere cyclus van de Grieks-Latijnse humaniora aan het Sint-Amandscollege in Kortrijk en later te Astene. In 1946 verliet hij definitief het ouderlijk huis en ging in Sint-Martens-Leerne wonen. Hij volgde er naar verluidt beeldhouwlessen aan de Gentse 'Academie voor Schone Kunsten' en schreef gedichten, schilderde en had ambities om acteur te worden.
Hij voorzag in zijn levensonderhoud als boekillustrator en als schilder van landschapjes en gevels. Op achttienjarige leeftijd publiceerde hij zijn eerste dichtbundel en een jaar later zijn eerste roman. In 1947, het jaar waarin hij met de bundel experimentele poëzie Kleine reeks debuteerde, werkte hij van oktober tot december als seizoenarbeider in een suikerfabriek te Chevrières in Noord-Frankrijk. In 1948 brengt Claus drie dagen door in Parijs; in de Bar Vert in Saint-Germain-des-Prés ziet hij schielijk de reeds afgetakelde auteur, acteur en theatertheoreticus Antonin Artaud zitten, die hij als zijn geestelijke vader zal gaan beschouwen. De confrontatie met deze auteur van het 'théâtre de la cruauté' zal hem drijven tot de studie van Seneca en de Elisabethanen.
Vanaf 1 april 1949 vervulde hij zijn dienstplicht, gedeeltelijk als redacteur van het tijdschrift 'Soldatenpost' (zijn sergeant was Herman Liebaers). Intussen had hij samen met enkele gelijkgezinden (Jan Walravens, Louis Paul Boon, Tone Brulin, Ben Cami, Marcel Wauters, e.a.) het avant-gardetijdschrift 'Tijd en Mens' opgericht en in 1949 hield hij zijn eerste expositie als schilder in de boekhandel van de Franstalige dichter Henri Vandeputte in Oostende.
Bron: wikipedia.be